Onze broeders die
Amsterdam, 3 April 1891.Onze broeders die nog onder de Synodale organisatie blijven verkeeren, staan niet alleen practisch, maar evenzoo theoretisch aan een niet gering gevaar bloot. Het gevaar namelijk, om hun voorstelling van de waarheid, en dus ook van de openbaring van de Heilige Schri ...
Reeds de vorige week ontvingen
Reeds de vorige week ontvingen we van den heer Ds. Gispen dit onderstaande schrijven : Hooggeleerde Heer!In de onderstelling dat slechts zeer weinige lezers van de Heraut ook de Bazuin lezen, vraag ik u beleefd een plaatsje voor het navolgende.Niet om terug te komen op hetgee ...
In meer dan
Amsterdam, 28 November 1919, In meer dan een onzer Kerken worden moeilijkheden ondervonden bij de verkiezing van een nieuwen Dienaar des Woords. De oorzaak daarvan is, dat de eene Kerkeraad hierbij geheel anders te werk gaat dan de andere. Op sommige plaatsen doet de Kerkeraad zelf het ber ...
„o, God. mijn God!”
En dat ik inga tot Gods altaar, tot den God der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God. Wat buigt gij u neder, o mijne ziele, en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de menigvuldige verlossing mijns aangezic ...
„Opdat men het in uwe hand geve.”
Gij ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in uwe hand geve; op U verlaat zich de arme. Gij zijt geweest een helper van den wees. Psahn 10 : 14. Gods vertroostingen zijn niet geschreven voor een gelukshind.Wie rustig, s ...
„Heeft iemand uit de Overstern in hem geloofd?”
Heeft iemand uit de Oversten in hem gelooid, of uit de Pharizeën? Joh. 7-.48. De Farizeën liadden zich vergist.Ze dachten, dat er onder de hooger geplaatste personen, die destijds in Jeruzalem tot de plaatse der eere waren opgeklommen, niemand voor Jezus gek ...
„IDaarom hebt Bij mij berlaten?”
En omtrent de negende ure riep Jezus met eene groote stemme, zeggende: LI, ELI, LAMA SAbACHTHA.Nl; dat is: ijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten 1 Matth. 27 : 46.In het „Mij dorst" sprak de stervenssmart, gelijk Jezus die voelde in 't lichaam, m het vijtde Ktuiswoord uit zich de ...
„Mie heeft den doove gemaakt?”
En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mensch den mond gemaakt ? Of wie heeft den stomme, of doove, of ziende, of blinde gemaakt ? Ben Ik het niet, de Heere ? Exodus IV : II. De half-dcove is een stoornis in anderer gezelschap. Niet wanneer men elkaar iets zeggen ...
„Zoovelen dan als wij volmaakt zijn.”
Zoovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren. Philipp. 3 : 15. Aan Jezus' vermaan : Weest dan gif lieden volmaakt, hebben zich telkens weer de dusgenaamde Perfectionisten vastgeklemd. ...
„De dingen die niet bewegelijk zijn.”
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan. de rechterhand Gods. Col. 3 : I Jezus' blik was na zijn opstanding van deze wereld afgetrokken, en eeniglijk gericht op de dingen die boven zijn, d. i. op ...